Veld
Stroom door een spoel wekt een magneetveld op. Het veld is het sterkst bij de spoel en neemt snel af met de afstand. Waar het lichaamsdeel zich bevindt ten opzichte van de spoel, bepaalt dus mede wat er gemeten wordt.
PEMF begint bij een natuurkundig verschijnsel, niet bij een belofte. Op deze pagina lees je wat een pulserend magneetveld is, welke grootheden het beschrijven, hoe het onderzoek zich sinds de jaren zestig heeft opgebouwd, welke mechanismen in dat onderzoek zijn waargenomen en waar de kennis ophoudt.
PEMF staat voor pulsed electromagnetic fields, pulserende elektromagnetische velden. Een spoel wordt kort van stroom voorzien en wekt daarmee een magneetveld op dat weer wegvalt, honderden of duizenden keren per minuut. Dat veld gaat door kleding en weefsel heen zonder warmte af te geven. Wat zo'n veld precies uitricht, is de vraag waar het onderzoek over gaat, en dat is een andere vraag dan wat een apparaat belooft.
Studies die op het eerste gezicht hetzelfde onderzoeken, gebruiken vaak heel verschillende instellingen. Wie deze vier begrippen kent, ziet meteen waarom twee onderzoeken naar dezelfde klacht niet met elkaar te vergelijken zijn.
Stroom door een spoel wekt een magneetveld op. Het veld is het sterkst bij de spoel en neemt snel af met de afstand. Waar het lichaamsdeel zich bevindt ten opzichte van de spoel, bepaalt dus mede wat er gemeten wordt.
Het aantal pulsen per seconde. PEMF-onderzoek werkt vrijwel altijd in het laagfrequente gebied, ver onder dat van radiogolven of microgolven. Twee studies met dezelfde apparatuur maar een andere frequentie onderzoeken feitelijk twee verschillende dingen.
De sterkte van het veld op de plek waar het terechtkomt. Tussen onderzoeken loopt die sterkte enorm uiteen, van waarden rond de sterkte van het aardmagnetisch veld tot een veelvoud daarvan. Zonder opgegeven intensiteit is een studie niet te herhalen.
De vorm van de puls in de tijd: een vloeiende sinus, een blokvorm die abrupt aan en uit gaat, of een zaagtand. De vorm bepaalt hoe snel het veld verandert, en juist die verandering is in veel onderzoek de grootheid waar het om draait.
Deze waarden zijn geteld in de samenvattingen van studies. Ze beschrijven wat onderzoekers hebben gebruikt, niet wat werkt of wat je zou moeten instellen. Een deel van de vermeldingen betreft meetapparatuur in plaats van de behandeling zelf.
De vroegste publicaties zijn van 1945 en staan verspreid; een deel ervan gaat niet over behandeling. Het eerste therapeutische onderzoek in de reeks is van 1968, en het merendeel van alle studies is van na 2000. Elk jaartal hieronder heeft een gebeurtenis en een bron.
Eén publicatie, over de behandeling van cervicofaciale adenitis met elektromagnetische velden. Het vroegste werk staat verspreid over losse jaren en gaat deels niet over behandeling.
Een deeltjesfysica-opstelling. Het veld komt erin voor, een therapeutische vraag niet.
Metingen aan het Faraday-effect. Opnieuw natuurkunde, geen behandeling.
Hier begint de lijn die tot het huidige onderzoek doorloopt. Wie een startjaar wil noemen voor PEMF als onderzocht onderwerp, noemt dit jaar.
In de jaren tot 1975 verschijnen dertien publicaties, over magnetotherapie bij vaatziekten, bij oedeem, en over de apparatuur zelf.
De Amerikaanse FDA keurde drie typen elektrische botgroeistimulatoren goed voor breuken die niet vanzelf genezen (non-union) en voor congenitale pseudartrose. De inductief gekoppelde variant daarvan is PEMF. Die goedkeuring geldt uitsluitend voor niet-helende breuken: niet voor gewone breukgenezing en niet voor enige andere indicatie.
bron: FDA, Bone Growth Stimulators Executive Summary · fda.gov/media/141850/downloadTot dat jaar bestond het onderzoek uit observaties en beschrijvingen van apparatuur. Vanaf hier wordt er vergeleken met een controlegroep.
Pas rond de eeuwwisseling was er genoeg onderzoek om samen te vatten. Vanaf dat moment bestaat er literatuur over de literatuur.
%corpusZin%
De jaren 2010 zijn het dichtst bevolkte decennium. En het onderzoek versnelt: in de eerste zes jaar van de jaren twintig verscheen er bijna evenveel als in het hele voorgaande decennium.
Een mechanisme is een verklaring voor hoe iets zou kunnen werken. Dat is niet hetzelfde als een effect bij een mens. Veel van wat hieronder staat, komt uit celkweek en dierstudies; dat onderzoek zegt iets over de biologie, niet over jouw uitkomst.
De volgorde loopt van het mechanisme waar het meeste onderzoek onder ligt naar het meest speculatieve. Die weging staat in de tekst zelf, niet in een label erboven.
Een veranderend magneetveld wekt in geleidend weefsel een kleine elektrische stroom op. In botonderzoek is beschreven dat cellen op zulke stromen reageren, en dit is het mechanisme waar de oudste toepassing op rust. Van de mechanismen op deze pagina is dit het best onderzochte.
Dat een cel in het laboratorium reageert, zegt niet hoe sterk of hoe vaak dat bij een mens gebeurt, en al niets over een uitkomst die je zelf merkt.
In een aantal studies is gemeten dat de doorsnede van kleine bloedvaten verandert tijdens of kort na blootstelling. De metingen lopen uiteen en de studies zijn meestal klein.
Een gemeten verandering in een vaatje is een meetwaarde, geen behandeleffect. Of die verandering iets uitmaakt, en voor wie, is niet vastgesteld.
Onderzoek beschrijft verschuivingen in stoffen die bij ontstekingsprocessen horen. Welke stoffen, in welke richting en bij welke instellingen verschilt sterk tussen studies.
Markers zijn geen klachten. Een verschuiving in een laboratoriumwaarde vertelt niet of iemand zich anders voelt of sneller herstelt.
Er zijn waarnemingen gepubliceerd over processen die met de energievoorziening in cellen te maken hebben. Dit onderzoek is vroeg, grotendeels experimenteel en nog niet in samenhang gebracht.
Dit is het meest speculatieve mechanisme op deze pagina. Het is een richting waarin gezocht wordt, geen verklaring waarop je kunt bouwen.
Acht gebieden, met per gebied de samenstelling van het onderzoek. Dit zijn aantallen, geen beoordelingen. Hoeveel studies er zijn, zegt niets over wat ze vonden.
De gebieden overlappen: een studie over pijn bij artrose telt ook mee bij ontsteking. Optellen geeft daarom niet het totaal. Hoe geteld is, staat op de methodologie-pagina.
Deze sectie staat hier met evenveel gewicht als de vorige, en om dezelfde reden: een veld dat zijn open vragen niet benoemt, is niet te vertrouwen op zijn antwoorden. Dit zijn de vier vragen die het onderzoek naar PEMF op dit moment niet beantwoordt.
Frequentie, intensiteit, golfvorm en duur verschillen per studie, en vaak zijn ze niet volledig opgeschreven. Daardoor is niet te zeggen welke combinatie tot welk resultaat leidde, en is veel onderzoek niet te herhalen.
De meeste studies volgen deelnemers weken tot maanden. Over wat er na een jaar of langer nog meetbaar is, en over gebruik jaar in jaar uit, is weinig gepubliceerd.
Studiegroepen zijn vaak klein en niet vergelijkbaar met de mensen die thuis een apparaat gebruiken. Wie er wel en wie er niets van merkt, is in het onderzoek niet uitgezocht.
Kleine studies met een positieve uitkomst worden vaker gepubliceerd dan kleine studies zonder uitkomst. Dat vertekent het beeld van een veld dat voor een groot deel uit klein onderzoek bestaat.
Per onderwerp vind je de studies zoals ze zijn: studietype, tijdschrift, jaar, aantal deelnemers, uitkomst en een link naar de bron. Zoek op onderwerp of filter op deelgebied.